Het geschiedde in de dagen toen de Edelachtbare heer P. Lammerschaag burgemeester was van Krommenie. Dat enkele inwoners van het toen nog 4229 zielen tellende dorp het oude jaar nog goed afwilden maken. Daartoe staken ze op de voorlaatste dag van 1913 de koppen bij elkaar, met het doel een vrijwillige brandweer op te richten. De 7 heren, te weten M.J. Teer, R. Stuurman, J Reijne HZ., P. J. Krook, P, Jaapies, Jac. Leguijt Mz. En G. Schut, voor de oprichtingsvergadering te houden op 14 januari 1914 uit te nodigen de heren J. Bas, Jb. Booij, D van Harlingen. J. Hille, M. Klinkhamer, P. Kok Mz., T. B. Kuiper, J. C. Leguijt, C. Luijt, J. Luijt, C. Reijne HZ., Th. A Slenters en Chr. Smit.

Tijdens de op de laatst genoemde datum gehouden vergadering werd er een bestuur gekozen, bestaande uit de initiatiefnemers. De heer Teer werd voorzitter, de heer Schut secretaris en de heer Krook penningmeester.

Oude_handspuiten_van_voor_1914

1e_motorspuit_1917

De onmiddellijke aanleiding tot de oprichting van de vereniging was een besluit van de gemeenteraad tot aanschaffing van een motorspuit. Tot dan toe placht men voor het blussen van brand gebruik te maken van brandkranen. voor het afleggen op de waterleidingen had men een speciaal brandkranenwagentje, dat was voor zien van slangen, een standpijp en twee straalpijpen. (zie de foto rechts) Daarnaast had men de beschikking over enkele handspuiten. De laatste heeft nog dienst gedaan in Krommeniedijk tot 1940.

10 juni 1914 was de grote dag voor de jonge V.B. Toen arriveerde de eerste motorspuit, vervaardigd door de firma Bikkers. (zie foto hieronder)  Onmiddellijk na aankomst vond in het bijzijn van de autoriteiten de eerste oefening plaats. Als eerste werd een tank in een bepaalde tijd volgespoten,welke proef uitstekend slaagde. Over het ver en hoogspuiten kon moeilijk een oordeel worden geveld, omdat dit bemoeilijkt werd door de harde wind.

De eerste jaarvergadering werd gehouden op 28 december 1914. Hier ging een oefening vooraf! De jaarvergadering werd afgesloten met een gezellig "potspel". Daar had men toen tijd voor want zaken wedren vlot afgewikkeld en de jaarverslagen waren niet lang. Soms telden ze niet meer dan zeven regels! Dit is later wel wat veranderd. Iets wat nooit veranderd, is het zuinige beheer van de penningmeesters: de eerste wist in 1914 fl.8,50 over te houden en dat ondanks het feit dat de gemeente toen nog geen cent subsidie gaf. De manschappen moesten zelf voor hun laarzen en andere uitrustingsstukken zorgen. Eerst in december 1917 had men voldoende geld in kas om 2 paar tweedehands laarzen te kopen.

In een spoedeisende vergadering van 21 januari 1916 werd met algemene stemmen besloten om hulp te verlenen in de meest uitgebreide zin van het woord. Dit naar aanleiding van de stormramp op 13 januari 1916, waarbij een groot gedeelte van Noord-Holland onder water kwam te staan. Ons dorp bleef voor deze overstroming gespaard. Niettemin bleek hieruit, dat de V.B, een uitbreiding van haar brandweertaak niet schuwde. Het doet echter toch wel enigszins vreemd aan, dat men een jaar later het verzoek van B. en W., om de gehele brandweer in te richten op basis van vrijwilligheid, met algemene stemmen verwierp. As reden gaf men op: het personeel wordt te groot, er is niet genoeg ambitie voor brandwacht, de zorg voor zeilen, ladders en haken weegt te zwaar enz.

Door de afwijzende houding bleef dus de "aangewezen brandweer" naast de vrijwillige brandweer bestaan. Voor een goed begrip van een en ander moet men weten, dat de organisatie van de brandweer was geregeld in een verordening van 28 april 1914 Krachtens artikel 1 van die verordening waren alle mannelijke ingezetenen van 21 tot 50 jaar dienstplichtig, d.w.z. zij moesten als zij daarvoor door B. & W. waren aangewezen, persoonlijk dienst doen bij brand en oefeningen.(Deze dienstplicht kon afgekocht worden tegen een som van fl 25,- per jaar). Voor de bewoners van de buurtschap Krommeniedijk ving de dienstplichtige leeftijd aan met 16 en eindigde met 60 jaar.

Voor onze vereniging was artikel 9 van belang, dat luide:"Aan particulieren, welke als zodanig vormen de "gemeentelijke vrijwillige brandweer" kan de bediening van bepaalde spuiten der gemeentelijke brandweer worden opgedragen. op grond van artikel 6 was de gemeenst opzichter onder het oppertoezicht van B. & W. echter belast met het dagelijks toezicht over alle brandblusmiddelen. deze ietwat zonderlinge constructie zou gemakkelijk tot competentieverschillen aanleiding hebben kunnen geven. toch kwam dit blijkbaar weinig voor.

De bovengenoemde organisatiestructuur bleef bestaan tot 1 januari 1925. Eerst toen werd de V.B. met de zorg voor al het brandweermaterieel belast. In Krommeniedijk werd de "aangewezen brandweer" nog gehandhaafd tot 1940. De  oefeningen werden als regel bijgewoond door de burgemeester en de gemeente opzichter.

2e_motorspuit_1917Keren we nu nog even terug naar 1917. Hoewel er in de eerste jaren van het bestaan van de V. B. geen branden waren geweest, meende B. & W. reeds toen tot aankoop van een tweede motorspuit te moeten overgaan. zij vroegen onze vereniging om advies. Naar aanleiding hiervan deelde het bestuur op 26 juni mede:.."dat Uw voorstel onze volle sympathie heeft. Het is o.i. van veel belang, dat hier nog een motorspuit bijkomt, met het oog op de door onze vereniging meermalen geconstateerde gevaarlijke situaties bij brand, waardoor bij onvoldoende blusmaterieel grootte rampen zouden kunnen voorkomen". Men adviseerde om een spuit van dezelfde constructie -zij met enkele wijzigingen- aan te schaffen.(opmerkelijk was, dat het initiatief tot aankoop van de nieuwe spuit niet uit ging van de V.B. maar van B. & W.). Deze tweede motorspuit arriveerde op 15 december van dat zelfde jaar. Als gevolg daarvan werd de sterkte van het korps opgevoerd naar 35 man. De tweede motorspuit, aangekocht in november 1917, deed dienst tot 1940 in Krommenie, daarna tot 1955 in Krommeniedijk.

De branden bleven echter uit. Om het moreel op peil te houden ging men op 11 oktober 1919 "op initiatief van onze voorzitter, de heer stuurman, met de motorspuit, getrokken door een vrachtauto van de Ver. Blikfabrieken een reisje maken naar Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk en Assendelft, teneinde de resp. burgemeester te laten zien, dat wij bij brand in bovengenoemde gemeenten ten spoedigste assistentie kunnen verlenen. Deze tocht is zeer zeker voor de V.B. een succes geweest, gelet op het grote enthousiasme in de verschillende gemeenten.

Het korps moest er nodig wat netter uitzien. weliswaas hadden de meeste manschappen inmiddels wel de beschikking gekregen over een paar laarzen, maar de kleding liet nog veel te wensen over. daarom besloot men in 1923 to aankoop can lederen jekkers en petten over te gaanh. De gemeente had voor de jaren 23, 24 en 25 drie maal fl 800,- subsidie toegekend, dus men durfde het nu wel te wagen. Om alles tegelijk te kunnen aanschaffen had men ecgter 2300,- nodig. Men besloot een lening aan te gaan bij de gemeente Warder, van  fl 1300,- en daarmee was dan ook dit probleem weer opgelost.

In de jaren 24 en 25 begonnen de grote branden eerst goed los te komen. brand bij de Verenigde Blikfabrieken, Fa. P.H. Kaars Sijpesteijn, Ned. Linoleumfabriek, Grootse te Westzaan. De belangstelling voor de brandweer groeide. Zoals hiervoor reeds werd gememoreerd, kreeg de V.B. in 1925 de gehele zorg voor de brandweer toebedeeld. Dit leidde ertoe dat de gemeenteraad besloot het spuithuis in het Kerkpad te vergroten teneinde al het brandweermateriaal hier onder te brengen. In augustus 1926 kon de nieuwe brandweer centrale in gebruik worden genomen. Zeer tot vreugde van de manschappen. Toevallig gebeurde dit ook toen in het jubileumjaar! Het koperen feest!

Enkelen jaren later, om precies te zijn op 22 februari 1930, bood de V.B. het gemeentebestuur een nieuwe automobielspuit aan. De vereniging was hiertoe in staat gesteld door giften van fabriekanten, winkeliers, particulieren en brandassurantiemaatschappijen, terwijl er bijna fl 1000,- uit de verenigingskas werd bijbetaald. De spuit, gebouwd door bikkers, kostte fl 4700,-, en was geboud op een Ford-chassis en had een capaciteit van 1200L.min Zie FOTO. Het was ook niet verwonderlijk dat de Commissaris der Koningin bij zijn bezoek over de hoedanigheid van ons blusmateriaal uitsprak.

De nieuwe spuit kreeg op 9 maart 1930 letterlijk en figuurlijk de vuurdoop te doorstaan bij een enorme brand van de chocoladefabriek Erven H. de Jong te Wormerveer. In dat jaar konden we dus over 3 spuiten beschikken. Een van de motorspuiten kon door de nieuwe autospuit worden getrokken en de ander kon door de "Jumbo"van de Ver. Blikfabrieken (hier was de heer Stuurman Directeur van) naar een eventuele onheilsplaats worden gesleept. Teven was de uitrusting in orden en had men de beschikking over een goede brandweercentrale.